Machinaal bestraten wens of plicht?

ingevoerd op 14-2-2010

Gepubliceerd:

Laatst gewijzigd: 15-07-2010 | 12:37:56

Machinaal bestraten wens of plicht?
11-02-2010 00:00  |  Algemeen  |  Oskam, Piet M. | 
DEN HAAG - Machinaal bestratingswerk is niet meer weg te denken
Vanaf 2010 werkt de Arbeidsinspectie met een Arbocatalogus die door werkgevers en werknemers is ontwikkeld. Dit is niet de enige verandering die dit jaar op de bestratingsbranche afkomt, weet Piet Oskam. Sinds de Vereniging Verbetering Mechanisatie Straattechniek (VMS) in 2007 met een baanbrekende branchestudie voor een doorbraak zorgde, heeft de inzet van machines bij bestratingswerk een onomkeerbare ontwikkeling doorgemaakt. De branchestudie toonde aan dat er op technisch gebied veel meer mogelijk is dan eerder werd gedacht. De Arbeidsinspectie pakte de handschoen op en formuleerde een handhavingsrichtlijn, waardoor sinds 2007 het straatwerk met een omvang van 1500 vierkante meter of meer machinaal moet worden uitgevoerd. Vanaf dit jaar geldt deze richtlijn niet meer, maar wordt gewerkt met de Arbocatalogus. Het CROW heeft de publicatie ’Mechanisch aanbrengen elementenverharding’ uitgebracht waarmee ”een verantwoorde afweging tussen handmatig en mechanisch straatwerk” kan worden gemaakt. De publicatie geeft lokale overheden houvast bij het oplossen van praktische dilemma’s en het nemen van complexe beslissingen. Het CROW hecht voor alle publicaties aan een goede onderbouwing, draagvlak en consensus.
Veilig midden
Cruciale vraag is of de publicatie het in gang gezette innovatieproces kan beïnvloeden. Nog belangrijker is of de transitie van handmatig naar machinaal bestraten wordt versneld of vertraagd. Zo’n innovatieproces heeft een dynamisch verloop. Laat zo’n proces zich vangen in een statische richtlijn? Technisch kan er veel, maar economisch is niet alles mogelijk. Nieuwe technieken kennen first users, anderen houden vast aan bestaande zekerheden. Wat voor de één niet snel genoeg gaat, gaat voor een ander altijd te langzaam. Het CROW kiest het veilige midden. Met het begrip ’bewezen beschikbare technieken’ doet het een poging de kool en de geit te sparen. De belangrijkste functie van een CROW-publicatie is dat duidelijkheid wordt verschaft. Daarin is de verantwoordelijke werkgroep dit keer niet zonder meer geslaagd. Bij elk bestratingsproject zullen opdrachtgevers, toezichthouders en uitvoerende partijen blijven worstelen met veel vragen en dilemma’s. In de publicatie stelt het CROW dat ”mechanische verwerking als uitgangspunt genomen wordt, wanneer hiervoor twee of meer beschikbare technieken landelijk voorhanden zijn”. Verderop blijkt dat het gaat om het resultaat dat met die technieken wordt bereikt. Daarmee wordt de discussie verlegd naar het eindpunt van het proces. Dat biedt veel ontsnappingsmogelijkheden voor partijen die vinden dat machinaal werk niet het gewenste resultaat oplevert. Een meer overtuigde inzet op machinale mogelijkheden zou de werkgroep niet hebben misstaan. Het is maar hoe je ertegen aankijkt. Als het vertrekpunt ligt bij de bestaande praktijk, is alle vernieuwing lastig. Als je insteekt op een nieuw perspectief, wordt machinaal werk vanzelfsprekend. Dan zoek je niet naar ontsnappingsmogelijkheden, maar naar kansen. De kern van de CROW-publicatie bestaat uit een afwegingskader en een straatwerkplan conform paragraaf 26 UAV. Het straatwerkplan omvat een deel voor de opdrachtgever en een deel voor de opdrachtnemer. Optimale arbeidsomstandigheden zijn een gevolg van een gezamenlijke inspanning van de opdrachtgever en -nemer.
Ontsnappingsmogelijkheden
Als in de ontwerpfase goede keuzen worden gemaakt, volgt daaruit een goed kader voor de uitvoeringsfase. Voor het succes van de door het CROW voorgestelde werkwijze is communicatie tussen de opdrachtgevers en opdrachtnemers cruciaal. Zo’n straatwerkplan is een prachtig communicatiemiddel, maar vraagt wel een positieve benadering van alle betrokken partijen. Als de partijen het werken met een straatwerkplan ervaren als administratieve lastenverzwaring, komt de beoogde communicatie in de keten niet van de grond. Het komt aan op een positieve keuze voor machinale toepassingen en een transparante houding in de keten. Zo’n straatwerkplan geeft nieuwe kleur aan de concurrentieverhoudingen in de branche. De CROW-publicatie is ontwikkeld vanuit de optiek van het traditionele deel van de bestratingsbranche. De richtlijn biedt veel ontsnappingsmogelijkheden. De vraag kan worden gesteld of de betrokken werkgroep wel een goede afspiegeling is geweest van de gehele branche. De keuze voor machinaal werk wordt niet nadrukkelijk gemaakt, maar vooral overgelaten aan partijen in het werkveld. Dat lijkt aannemelijk, maar het zou de CROW-werkgroep gesierd hebben als hierin een meer duidelijke keuze was gemaakt. De publicatie zet de deur voor het machinaal straatwerk op een kier; het is aan vooruitstrevende marktpartijen deze kans te benutten en de deur wijd open te doen. Machinaal straatwerk heeft de toekomst en laat zich niet tegenhouden door wetten en praktische bezwaren. Directeur Centrum voor Innovatie van de Bouwkolom (CIB) in Zeist. info@bouwkolom.org
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Aannemersbedrijf de Jong Hoogwoud BV.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design Wijn Design